Seksueel wezen

Mensen zijn seksuele wezens. Eerst worden we geboren als mens, daarna als jongen of meisje, en daarna pas de rest. Zo zie ik het althans. En dat we van het mannelijk of vrouwelijk geslacht zijn brengt seksualiteit met zich mee. Ik vind het ook heel fijn om mensen als seksuele wezens te zien. Alsof ik een kostelijk glaskunstwerk in al zijn luster beleef; ontroerend en krachtig tegelijk. En iedereen heeft het! Maar iemand in zijn of haar seksualiteit te zien lijkt zoveel ingewikkelder en meer taboe dan iemand in zijn of haar mens-zijn te zien. Vooral als het zonder-meer gaat om werkelijk gezien en gewaardeerd te worden als man of als vrouw. We zijn het niet gewend zo gezien te worden, zonder dat we een gevoel van appel ervaren.

Het lijkt haast of erkenning krijgen op dat stuk, automatisch betekent dat er iets mee moet. Consumptie, ontwikkeling, verbinding, bezitten, noem maar op. Dus als ik een man zie in zijn man-zijn, en dat ook laat merken, kan dat makkelijk geïnterpreteerd worden als dat ik iets van hem wil. Dat ik hem wil. Daardoor wordt ik een bedreiging of een verlangen, in plaats van een spiegel. Er ontstaat dan ergens een vermoeden van een soort afhankelijkheid. Zo van: Jij bent man omdat ik je als man kan zien, of, ik ben vrouw omdat jij me als vrouw kunt zien. Dan is dus de ander nodig om volledigheid te bewerkstelligen. En dat is niet waar. Als het glaskunstwerk bewustzijn zou hebben, zou het dan uitgestald, bewonderd en gekocht moeten worden om uniek en waardevol te zijn?

Erkenning krijgen voor het seksuele deel in jezelf, zonder dat daar iets tegenover moet staan, kan een heel verwarrende ervaring zijn. Gezien worden als seksueel wezen lijkt bijna synoniem voor een onuitgesproken vraag die onder de blik schuil gaat. Hoe mooi zou het zijn als we onszelf kunnen ervaren als seksuele mens in relatie tot en nabijheid van de ander, terwijl de verbinding met onszelf centraal blijft staan. Want seksualiteit bestaat bij de gratie van dualiteit. Daarbij kunnen de ogen van ander wel behulpzaam zijn.

Ik kan het zelf bijvoorbeeld makkelijk ervaren als een lieve homo-vriend van me zijn geaardheid benut om me te vertellen hoe heerlijk hij mijn borsten wel niet vindt. Ik weet dan zeker, dat er geen onuitgesproken vraag schuil gaat achter zijn woorden. Heerlijk! Datzelfde geldt als een vrouw me oprecht becomplimenteert op mijn figuur. Heel fijn op die laag, die niet bang hoeft te zijn dat het ook maar een stapje verder moet gaan dan dat. Gezien worden als seksueel wezen zonder dat je iets moet, is een groot voorrecht. Als een hetero-man diezelfde opmerking zou maken, ligt het een stuk complexer. In dat geval vind ook ik het lang zo vanzelfsprekend niet er ontvankelijk voor te zijn. Dan ligt het gevoeliger, maar het kan weldegelijk.

Een mooi voorbeeld is dat ik met een lieve vriend –die een dito lieve vrouw heeft-, soms een afscheidszoen op de lippen deel. Bij hem kan ik goed voelen hoe deze kus niet gaat over seksualiteit op een laag waarbij er iets “moet”. Zonder deze bijzondere ervaring te willen inleveren, kampte ik toch af en toe met schuld. We zijn en blijven nu eenmaal ook man en vrouw. Ergens zouden we ons ook kunnen verenigen, mochten we die keuze maken. Maar het verschil is dat onze lippen niet samensmelten of zelf vervloeien; ze raken aan. Delen in wat geheel gezien, geëerd en gekoesterd mag worden, zonder verlangen te verenigen. Heel bevrijdend.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schuiven naar boven