Bezuinigen op intimiteit

We zitten ergens op een terras in Utrecht te lunchen. Het is nazomer. We zien elkaar niet zo vaak en het is altijd even aftasten naar een lopend gesprek. Robert trapt af. Hij is in zijn beroep erg bezig met het uitdragen van zijn mooie ideeën over “betekenisvol leven”. Leven in het nu, het moment pakken, dat intrigeert hem. Als ik aan de beurt ben vertel ik hem over de liefde. Ik doe hem onomwonden uit de doeken hoe dit nu leeft voor mij. Hij luistert aandachtig en stelt betrokken vragen.

Robert is een van die mensen die het nooit over zijn eigen partner heeft. Het is een van de eerste dingen die me aan hem opvielen toen ik hem leerde kennen. In mijn hoofd is het vrijwel onmogelijk je partner geheel buiten spel te laten in conversaties met anderen. Ik vind het bijna knap als iemand dat kan. Wat ik weet is dat hij al een kwart eeuw getrouwd is. Het is niet zijn eerste huwelijk. Als ik ben uitverteld vraag ik hem naar zijn ambities op het liefdes vlak. Of hij die nog heeft en welke.

Even valt hij stil. Hij roert wat in zijn sla. Ik vraag met terugwerkende kracht toestemming voor mijn vraag. “Ja hoor,” zegt hij, “maar wat bedoel je precies?” Het lijkt alsof hij even moet wennen aan de gedachte van de mogelijkheid nog ambities te hebben op intiem vlak. Ik zie dat hij van zichzelf schrikt als hij zegt dat hij geen ambities meer heeft in die hoek.

“Kijk, ik ben al 25 jaar bij mijn vrouw. Ik kwam haar tegen op de dag dat ik scheidde van mijn eerste vrouw. Het is een goede vrouw. Mijn vrienden aanbidden haar. Eigenlijk is iedereen dol op haar. Ze houdt ons huis geweldig op orde. Wat mensen niet weten is dat het intiem nooit goed gezeten heeft. Dat is ook niet meer mogelijk. Nu is het te laat voor ambities. Ik moet me voegen, ik kan niet gaan. Mijn kinderen zouden het me niet in dank afnemen, mijn vrienden zouden denken dat ik mijn verstand verloren heb, in mijn christelijke gemeenschap zou ik niet meer welkom zijn.”

Nu is het mijn beurt voor stil. Ik vraag hem wat maakte dat hij in het begin de keuze voor haar maakte. Hij fronst, heel lang, en zegt uiteindelijk dat hij het zich niet meer kan herinneren maar dat het iets te maken gehad zal hebben met lafheid. Als ik opper dat het misschien nog niet te laat is vertelt hij het volgende: “Seksuele intimiteit beweegt zich ergens tussen pijn en genot. Om te bewegen heb je motivatie nodig van een van de twee. Of de pijn moet langdurig aan ondraaglijkheid grenzen, of het vooruitzicht op genot moet tastbaar en duurzaam zijn. Maar zolang de pijn nog te overzien is, en het uitzicht op genot buiten bereik; waarom veranderen? Waarom de balans verstoren? Het eventueel hervonden genot is vast vergankelijk van aard. Ik kan het risico niet lopen.”

Robert is bang minder te vinden dan wat hij achter laat. Samen intiem zijn is gedegradeerd tot een onbepalende factor in de kosten-batenanalyse. Ik denk terug aan de stellen die ik begeleid in mijn praktijk. Als de behoefte aan seks tussen beide partners niet evenredig is, lijkt degene met de meeste trek al snel het onderspit te delven. Alsof je niet aan jezelf of je partner kunt vragen de eigen seksualiteit te onderzoeken, te ontwikkelen en te verdiepen. Het zou zo maar eens kunnen zijn dat als er meer in verbinding gevreeën wordt, de een weer wat meer verlangt, en de ander ineens meer bevredigd wordt met minder frequente seks. Maar om effectief aan die verbinding te werken moet je durven praten over wat je voelt, en wilt voelen, en je moet ontvankelijk durven zijn voor wat je partner vertelt. En praten over en luisteren naar seksualiteit is een klus. Zeker na 25 jaar non-communicatie.

Robert zucht: “Al 25 jaar getrouwd, dat is een prestatie op zich!” Het lijkt wel alsof getrouwd zijn, zwaarder weegt dan verbonden zijn. Ik weet wel dat wat hij zegt klopt, maar ten koste van wat? En op welke vlakken mag het leven betekenisvol zijn? Ik begin steeds beter te begrijpen hoe veel mensen lange relaties volhouden. Hoe zorg je dat je partner inlevert, zonder dat je er zelfs naar hoeft te vragen? Laat hen een risico-inventarisatie doen gebaseerd op angst voor wat ze zouden kunnen verliezen, in plaats van wat ze zouden kunnen vinden. Poeh, dat is pas een donker vooruitzicht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schuiven naar boven